Verkiezingen op komst: wat zeggen de partijen over cultuur?
Op woensdag 29 oktober gaan we weer naar de stembus en sinds Prinsjesdag is het politieke seizoen weer op volle kracht van start. De Toonrede stond onder meer in het teken van de democratie. De hoop werd uitgesproken dat meer mensen gebruik gaan maken van hun democratische rechten. Daar kunnen wij ons in vinden: jouw stem doet ertoe!
Verder werd er tijdens Prinsjesdag weinig gesproken over de cultuursector: het is aan de nieuwe Tweede Kamer om voor verbetering te gaan zorgen. De komende verkiezingen zijn daarom van groot belang voor de toekomst van cultuurbeleid en de positie van makers.
Benieuwd wat er straks te kiezen valt? De Kunstenbond heeft de partijprogramma’s gelezen zodat jij dat niet hoeft te doen. Hieronder de belangrijkste punten op een rij:
Cultuurbeleid
In de komende kabinetsperiode wordt het cultuurbeleid opnieuw vormgegeven. Verschillende partijen willen de BIS verlengen van vier naar acht jaar. Cultuurparticipatie en spreiding zijn daarnaast terugkerende thema’s:
- D66 wil muziekonderwijs terugbrengen en meer cultuurparticipatie.
- CDA benadrukt regionale spreiding en steun voor zowel lokale initiatieven als nationale iconen.
- SP schrijft het duidelijker op: die pleiten voor “cultuur in de buurt”.
- Als het aan de BBB ligt krijgen culturele organisaties in de Randstad minder geld.
- JA21 vindt dat de sector al decennialang vanuit een “links ideologische tunnelvisie” naar de samenleving kijkt en pleit voor een pluriform cultuurklimaat met meer aandacht voor Nederlandse tradities.
- GroenLinks-PvdA zet in op een breed aanbod aan culturele voorzieningen, ook via gemeenten en provincies. Toegankelijkheid is een speerpunt: de partij wil extra steun voor amateurkunst, participatie, muziekverenigingen en kleine productiehuizen.
- Partij voor de Dieren ziet cultuur, onderwijs en media als fundament van de democratie en wil de sector ruimte geven om kritisch en vernieuwend te zijn.
Werk en inkomen
Voor makers en werkenden verschillen de accenten sterk:
- D66 wil langdurig investeren in de sector, minder regels en meer zekerheid voor makers, met nadruk op eerlijke beloning en toezicht op werkomstandigheden.
- VVD wil een ondernemende sector met minder regels en minder afhankelijkheid van subsidie. Zelfstandigen moeten makkelijker opdrachten kunnen doen in het onderwijs.
- JA21 wil meer particulier en commercieel initiatief stimuleren.
- De SP kiest juist voor minder markt: ze pleiten voor minimumtarieven, eerlijke betaling en een fonds voor kunstenaars en muzikanten.
- GroenLinks-PvdA zet in op bestaanszekerheid: in een beschaafd land leven kunstenaars niet in armoede.
- Ook dee Partij voor de Dieren wil alles op alles zetten om bestaanszekerheid te garanderen voor uitvoerende en docerende kunst- en cultuurbeoefenaars.
- Volt wil dat BIS-instellingen collectieve tariefafspraken maken voor werknemers en zzp’ers.
En nu?
In oktober rekent het Centraal Planbureau de partijprogramma’s financieel door. Dan komt de aap uit de mouw en wordt duidelijk hoeveel geld de partijen daadwerkelijk uittrekken voor cultuur. Als eerste op de hoogte zijn? Houd onze online kanalen in de gaten!