“Toen ik de ruimte vond om mijn creativiteit serieus te nemen, voelde het als thuiskomen”
Iets creëren wat je zelf nog mist in de wereld, dat is voor multidisciplinair kunstenaar Juanita Mendicuti Ortega misschien wel het allermooiste aan haar werk. “Ik hoef niet te wachten tot iemand me iets geeft, ik kan het zelf bouwen.” Inspiratie haalt ze vooral uit haar eigen achtergrond: het opgroeien tussen twee culturen, het gevoel van ergens tussenin zweven en de kracht die daaruit voortkomt.
Hi Juanita, wat doe je precies en waar kunnen we je eventueel van kennen?
“Ik ben een multidisciplinaire maker van Mexicaanse afkomst, geboren en opgegroeid in Rotterdam. Mijn werk beweegt tussen fotografie, kunst, mode en conceptontwikkeling. Je zou me kunnen kennen van samenwerkingen met o.a. Nike, Patta, Carhartt WIP. Maar naast commercieel werk maak ik ook autonoom werk waarin ik thema’s als diaspora, familie en zelfbevrijding onderzoek. Ik gebruik mijn werk om verhalen te vertellen die vaak onzichtbaar blijven.”

Hoe ben je dit vak ingerold?
“Als kind was ik altijd al creatief bezig: tekenen, knippen, schilderen en op latere leeftijd ook kleding uit elkaar halen om er iets nieuws van te maken. Maar ik heb lang gedacht dat dat geen serieus pad kon zijn. Er was niemand om me heen die zoiets deed, dus het kwam niet eens in me op dat dat een beroep was. Pas toen ik mode ging studeren en merkte dat mijn kracht vooral zat in concepten en het vertellen van visuele verhalen vielen de puzzelstukken langzaam op hun plek. Fotografie hielp me vervolgens om echt mijn stem te vinden. Het gaf me de vrijheid om mijn woorden, gedachten en gevoel te visualiseren. Toen ik de ruimte vond om mijn creativiteit serieus te nemen, voelde het als thuiskomen.”
Waar haal jij je inspiratie vandaan?
“Alles wat ik maak komt voort uit mijn persoonlijke zoektocht naar identiteit, erfgoed en verbinding. De manier waarop mijn mensen verhalen vertellen, tradities in leven houden en trauma omzetten in liefde raakt me. En ik word blij van gesprekken met mensen die écht luisteren. Van muziek die je tot in je botten voelt. Van eten dat met liefde is klaargemaakt. Van familie, vooral mijn oma en mijn partner.
Ook word ik geïnspireerd door andere vormen van kunst, de straat en de mensen die ik onderweg tegenkom. Reizen is voor mij een enorme bron van energie. Elke plek, hoe klein ook, laat sporen achter. Ik fotografeer vaak intuïtief: niet per se wat mooi is, maar wat me aantrekt of waar ik wat bij voel.”
Wat zijn volgens jou de grootste, hedendaagse uitdagingen in jouw sector?
“Een van de grootste uitdagingen is dat je als maker steeds vaker alles zelf moet doen. Je bent niet alleen kunstenaar, maar ook je eigen manager, producent, marketingafdeling, boekhouder en soms zelfs psycholoog. Er is weinig structurele ondersteuning, zeker als je buiten het traditionele circuit valt. Kansen hangen vaak samen met wie je kent, niet met wat je maakt.
Daarnaast merk ik dat er van makers met een bi-culturele achtergrond vaak wordt verwacht dat ze hun identiteit op een bepaalde manier ‘verkopen’. Alsof je verhaal pas interessant is als het in een narratief past dat makkelijk te begrijpen is voor een bepaald publiek. Dat is vermoeiend en beperkend. Ik probeer daarom bewust mijn grenzen aan te geven, mijn eigen tempo te bewaken en mijn werk niet te laten sturen door externe verwachtingen.”
Hoe staat het culturele werkveld in Nederland er naar jouw mening momenteel voor?
“De culturele sector in Nederland zit vol talent, maar het systeem eromheen is nog vaak traag. Er wordt veel gesproken over inclusiviteit, maar in de praktijk zie je dat steeds dezelfde structuren in stand blijven. Er is meer ruimte nodig voor nieuwe verhalen, voor makers met andere achtergronden, voor hybride vormen van kunst die niet in hokjes passen. Wat beter kan? Echt luisteren. Minder gatekeeping. Meer investeren in jonge makers. En stoppen met het idee dat succes alleen zichtbaar is als het binnen gevestigde kaders valt. Verandering is absoluut mogelijk, maar het vergt moed; vooral van instellingen die gewend zijn aan veiligheid. En het vereist dat we als makers elkaar blijven versterken en optillen, in plaats van concurreren.”