Rust in de portemonnee
Het is niet alleen aan de politiek
Dit artikel verscheen eerder in Muziekwereld 4 | 2025
Het cultuurbeleid ligt voor de periode 2025-2028 grotendeels vast, daar verandert de formatie niets aan. Als je wat breder kijkt zie je dat de politiek fair pay omarmt, maar daar niet vanzelfsprekend extra geld voor uittrekt. De sector is zelf ook aan zet.
Door Peter van den Bunder
Goede voorbeelden van het beleid ten aanzien van fair pay zijn de negen cultuurconvenanten, de bestuurlijke samenwerkingsafspraken tussen Rijksoverheid, provincies en gemeenten, in januari dit jaar gepresenteerd op ESNS. Hierin staat: ‘Met het oog op de Fair Practice Code hanteren Bestuursorganen “fair pay”, met als vertrekpunt de collectieve afspraken in de relevante sectoren, als uitgangspunt bij subsidie- en opdrachtverlening op het terrein van dit convenant.’ In gewoon Nederlands: we gaan als overheden samen wel uit van fair pay, maar verplichten dit niet collectief, dat is aan iedere provincie of gemeente afzonderlijk.
Motie-Mohandis
Dat de Tweede Kamer vindt dat de sector zelf ook aan zet is blijkt bijvoorbeeld uit de motie-Mohandis, die in september werd aangenomen met 113 stemmen voor en alleen 37 PVV-stemmen tegen, en de reactie van minister Moes.
In de motie, mede door de lobby van de Kunstenbond tot stand gekomen, constateert de Kamer dat de culturele en creatieve sector veel zzp’ers kent, die gemiddeld tot de laagstbetaalden behoren, en wordt opgemerkt dat – zoals opeenvolgende kabinetten hebben benadrukt – fair pay waar mogelijk verplicht moet worden gesteld om zzp’ers bestaanszekerheid te bieden, dat het ministerie van OCW fair pay verplicht heeft voor Rijksgesubsidieerde instellingen en dat de overheid instrumenten kan inzetten om deze richtlijnen verplicht te maken. Ook verzoekt de Kamer de minister te onderzoeken welke prikkels en voorwaarden mogelijk zijn om de werkverschaffers en opdrachtgevers te bewegen de fairpayrichtlijnen te volgen en deel te nemen aan een bindend convenant.
De regering had geen bezwaar tegen die motie, minister Gouke Moes vermeldde dat het kabinet de verantwoordelijkheid heeft genomen om structureel 38,2 miljoen budget toe te voegen voor fair pay, en daarnaast Platform ACCT en de culturele basisinfrastructuur te ondersteunen voor het verbeteren van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector. En minister Moes voegde daaraan toe dat het nu verder aan andere financiers, werkgevers en werknemers is om invulling te geven aan fair pay. Hij volgt daarin minister Eppo Bruins, die in juni dit jaar in het cultuurdebat soortgelijke woorden uitsprak.
Monitoring
Wat de politiek wel actief wil doen is concreet fair pay monitoren. Zo heeft de minister toegezegd dit te gaan doen. Er komt in 2026-2027 een onderzoek waarin fair pay wordt geëvalueerd. De minister: ‘Als het gaat over monitoring, verantwoording en naleving van de fair pay, van de eerlijke beloning, voor de BIS-gesubsidieerde instellingen, dan geldt nu dat zij zich moeten verbinden aan de collectieve tariefafspraken.’
Verder is met provincies en gemeenten afgesproken dat zij de omgang van door hen gesubsidieerde instellingen met de Fair Practice Code monitoren en zo nodig ook met die instellingen bespreken, en waar mogelijk zullen de inzichten vanuit de monitoring met elkaar worden gedeeld.
Monitoring in het parlementaire jaar 2026-2027 is ver weg, maar wel goed getimed met het oog op de besluitvorming over het cultuurbeleid vanaf 2029. De minister kan met de uitkomsten van het fairpayonderzoek op tafel met de Tweede Kamer bepalen of eventuele vervolgstappen nodig zijn.
Tot die tijd zijn we vooral zelf aan zet. Aan ketentafels, cao-tafels en op tal van plekken zetten we in op implementatie, borging en naleving van fair pay en waar dat tot problemen leidt zullen we bij werkgevers, opdrachtgevers en politiek aan de bel blijven trekken. De Kunstenbond blijft strijden voor eerlijke beloning en rust in de portemonnee, en dan niet alleen voor aanhangers van de VVD.