Direct naar inhoud

rechtReeks #21: Participatiekunst: van wie is dit kunstwerk eigenlijk?

Gepubliceerd op:

In rechtReeKs neemt advocaat Jet Hootsmans een juridisch onderwerp onder de loep dat essentieel is voor de beroepspraktijk van de kunstenaar. Jet geeft inzicht en praktische tips. Deze keer: Participatiekunst: van wie is dit werk eigenlijk?

Gemeenschapskunst, Socially engaged art, interventiekunst, collaborative art practices, de begrippen stapelen zich op. Toch beschrijven ze allemaal hetzelfde uitgangspunt. De kunstenaar die de studio verlaat, anderen betrekt, en samen iets maakt wat er anders nooit zou zijn geweest. Ik noem het participatiekunst.

Het proces voelde goed

Stel: je krijgt een gemeentelijke opdracht. De gemeente wil een kunstwerk dat “de diversiteit en veerkracht van de wijk zichtbaar maakt” als onderdeel van een groter stadsvernieuwingsplan. Je werkt drie maanden samen met bewoners, organiseert workshops, verzamelt verhalen, foto’s en tekeningen. Dit alles verwerk je in een installatie die wordt geplaatst in het nieuwe stadsdeelkantoor.

Een kunstenaar vertelde mij trots over dit participatieproject. Het proces voelde goed. Mensen deden enthousiast mee. En toch had de kunstenaar een ongemakkelijk gevoel. Halverwege ons gesprek vroeg ze bijna terloops: “Maar ik mág die tekeningen toch wel gebruiken?” De tekening van die vrouw, het verhaal van die man, de foto die iemand meebracht, van wie is dat eigenlijk?

    “Zorg dat de bedoeling van het project vanaf het begin helder is door dit aan te geven in de uitnodiging, oproep of aankondiging”
    Jet Hootsmans advocaat

Wie een originele creatieve bijdrage levert, heeft in principe auteursrecht op dat werk. Dat geldt ook voor de buurtbewoner die een tekening maakt tijdens jouw workshop. Je hebt daarom toestemming nodig om werk van anderen in je eigen werk te gebruiken. Maar als iemand bewust meedoet aan een workshop, weet dat er een kunstwerk van wordt gemaakt en daar enthousiast aan bijdraagt, mag je er in principe vanuit gaan dat diegene dat goed vindt.

Dit heet een impliciete licentie, toestemming die niet is uitgesproken maar wel volgt uit de situatie. Cruciaal is dat deze licentie alleen werkt als de deelnemers vooraf wisten waarvoor ze meededen. Wie is meegenomen door een buurvrouw of eigenlijk niet goed begreep wat er met zijn tekening zou gebeuren, heeft die toestemming niet gegeven.

Je vangt dit op door ervoor te zorgen dat de bedoeling van het project vanaf het begin helder is, namelijk door dit aan te geven in de uitnodiging, oproep of aankondiging. Een deelnameformulier is de eenvoudigste stap. Niet als formaliteit, maar als onderdeel van het project zelf. Daarin leg je uit wat je van plan bent: wat er met de bijdragen gaat gebeuren en waar het resultaat wordt geplaatst. Vraag deelnemers om daar schriftelijk mee in te stemmen.

    “Cruciaal is dat deze licentie alleen werkt als de deelnemers vooraf wisten waarvoor ze meededen.”

Een toegankelijke tekst, die je ook nog eens kunt vormgeven, werkt prima. Het maakt verwachtingen reëel en voorkomt het gevoel bij deelnemers dat ze zijn gepasseerd of dat er over hun rug geld wordt verdiend. Dat is immers waar problemen uit kunnen ontstaan. Als kunstenaar geeft het je bovendien de vrijheid om werk te maken zonder het gevoel dat je iets hebt meegenomen wat je niet had mogen gebruiken.

Een belangrijk punt om in het achterhoofd te houden is dat de toestemming alleen geldt voor het gebruik waarvoor deze is gegeven. Staat in je uitnodiging of deelnameformulier dat het werk in het stadsdeelkantoor komt te hangen, dan dekt dat niet automatisch een tentoonstelling in een museum of de verkoop aan een verzamelaar. Wil je alle opties openhouden, zorg dan dat je dit goed opneemt.

    “De deelnemers hebben het recht op hun bijdrage op zichzelf, en de kunstenaar heeft het auteursrecht op het kunstwerk dat zij daarvan heeft gemaakt.”

Tot slot is er nog een tweede auteursrecht om niet te vergeten, namelijk dat van de kunstenaar op de installatie. En dat is minstens zo belangrijk. Het auteursrecht kent hier twee kanten. De deelnemers hebben het recht op hun bijdrage op zichzelf, en de kunstenaar heeft het auteursrecht op het kunstwerk dat zij daarvan heeft gemaakt. Dit betekent ook dat niemand, ook de deelnemers niet, dit werk later zomaar mag aanpassen. Participatiekunst is samenwerken, maar als er een eindwerk is, is dat van jou.

Oproep
De vakgroep Beeldend van de Kunstenbond is een werkgroep Participatiekunst gestart om te onderzoeken wat de stand van zaken is in dit werkgebied. Hoe staat het met de honorering van dit soort projecten en lukt het om in opdrachtsituaties artistieke autonomie te behouden? Wil je meepraten, ervaringen delen, of heb je een ander idee? Mail naar info@kunstenbond.nl

Op 20 april 2026 schreef Jet Hootsmans, advocaat bij de Kunstenbond, dit artikel voor het blad BK informatie.

Deel deze pagina

Ontvang de Kunstenbond nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws, fondsen, cao’s en nuttige tips van de Kunstenbond, dé vakbond voor creatieve beroepen.

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*