De Kunstenbond is geschokt over de manier waarop de overheid bij herhaling geen rekening houdt met de positie van kwetsbare zzp’ers.

In het streven naar meer kansengelijkheid en bestaanszekerheid, wil het kabinet de arbeidsmarkt hervormen. De aanpak van schijnzelfstandigheid staat hierbij hoog op de agenda. Dat klinkt goed. Voornemens en adviezen liggen er genoeg, maar de manier waarop dit kabinet zijn ambitie wil verwezenlijken geeft reden tot grote zorg. In plaats van te kiezen voor handhaving, worden de meest kwetsbare zzp’ers verder de armoede in gedreven.

Betere publiekrechtelijke handhaving

Op woensdag 13 april debatteert de Tweede Kamer met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over arbeidsmarktbeleid. In het coalitieakkoord schrijven de kabinetspartijen: “Schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan door betere publiekrechtelijke handhaving in het geval van het vermoeden van werknemerschap.”

Die ambitie wordt niet waargemaakt. Integendeel. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt niets van de publiekrechtelijke handhaving. De Rekenkamer concludeert dat de aanpak door de Belastingdienst niet van de grond komt, de Belastingdienst steeds minder corrigeert bij de inhuur van zelfstandigen en de pakkans op schijnzelfstandigheid laag is.

Marike Stellinga noemde het resultaat in NRC verbijsterend en een rechtsstatelijke nederlaag om zes jaar na invoering van, deze niet te handhaven zonder met een alternatief te komen. De wet DBA (wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) regelde de bevoegdheid om opdrachtgevers via de loonheffing aan te spreken over een misstand. Het kabinet komt echter wel met een alternatief: de aanpak schijnzelfstandigheid verleggen naar individuele zzp’ers door hun inkomensondersteuning drastisch te verminderen.

Ongerichte aanpak schijnzelfstandigheid

Het kabinet heeft op 28 maart 2022 een eerste concept van het Nederlandse herstel- en veerkrachtplan naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin zijn plannen voor hervormingen en investeringen opgenomen die een bijdrage uit het Europese Veerkracht- en Herstelfonds moeten opleveren. De onevenredig hard geraakte culturele en creatieve sector wordt evenwel niet meegenomen in deze plannen, terwijl dat in het de context van het Europese RRF-fonds voor coronaherstel wel voor de hand ligt.

"Als maatregel om schijnzelfstandigheid aan te pakken, wordt verlagingen van de zelfstandigenaftrek gepresenteerd. De aftrek gaat van €7.280 in 2019 naar €1.200 in 2030"

Arbeidsmarkt is in de plannen een thema van groot belang volgens Europa en het kabinet, met als een van de speerpunten meer kansengelijkheid en bestaanszekerheid. Als maatregel om schijnzelfstandigheid aan te pakken, wordt verlaging van de zelfstandigenaftrek gepresenteerd. Het kabinet wil de verschillen in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen verkleinen, waardoor volgens hen een belangrijke prikkel voor schijnzelfstandigheid wordt aangepakt.

Geen blijk van plannen met betrekking tot handhaving of het aanspreken op fout gedrag van opdrachtgevers, die vanuit hun marktmachtpositie de voorwaarden van zelfstandigen dicteren. De alternatieve aanpak is het ongericht over de boeg van alle zzp’ers te gooien. De overheid wentelt een zelf gecreëerd handhavingsprobleem bij bedrijven af op individuele zelfstandigen met een structurele bezuiniging op de zelfstandigenaftrek van 1,6 miljard euro. De aftrek gaat van €7.280 in 2019 naar €1.200 in 2030.

Hoe en op welke termijn deze maatregel effectief gaat bijdragen aan de aanpak van schijnzelfstandigheid, is niet duidelijk. De redenering van het kabinet: door deze maatregel wordt de financiële prikkel om zelfstandigen in te huren en om te werken als zelfstandige kleiner. Meer mensen in loondienst leidt tot betere sociale bescherming van werkenden. Maar gaat dit werken als er niet gehandhaafd wordt? En hoe leidt dit tot een betere bescherming van werkenden die geen beroep op een arbeidsovereenkomst kunnen doen?

Groep werkende armen wordt groter

Schattingen over schijnzelfstandigheid zijn arbitrair. Gaan we uit van de uitkomsten van de pilot van de webmodule, een beoordelingsinstrument voor schijnzelfstandigheid, dan is er in 44% van de gevallen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking. De meerderheid van de zelfstandigen krijgt dus geen betere bescherming maar minder inkomensondersteuning.

"De groep werkende armen wordt groter in plaats van kleiner: 220.000 werknemers en 65.000 zelfstandigen"

Om de inkomensdaling van zelfstandigen als gevolg van verlaging van de zelfstandigenaftrek te compenseren, wil het kabinet de arbeidskorting voor alle werkenden verhogen. Maar ook dit gaat de meest kwetsbare zelfstandigen niet helpen, want zij hebben een te laag inkomen en betalen daarom te weinig belasting om deze korting te verzilveren. Dat concludeert ook de SER in het rapport werken zonder armoede (ook op Kameragenda arbeidsmarktbeleid) op basis van cijfers uit het rapport Kansrijk armoedebeleid van het SCP en het CPB. De groep werkende armen (220.000 werknemers en 65.000 zelfstandigen) wordt groter in plaats van kleiner.

Dat geldt in het bijzonder voor zzp’ers in de culturele en creatieve sector. Zij zijn zeer hard geraakt door de coronacrisis, onvoldoende gesteund en relatief oververtegenwoordigd in de categorie werkende armen. Zzp’ers in de culturele en creatieve sector hebben een zorgwekkend slechte positie op de arbeidsmarkt, zoals de SER en de Raad voor Cultuur eerder concludeerden en Mariëtte Hamer onlangs bij haar afscheid als voorzitter van de SER memoreerde.

De meest kwetsbare zelfstandigen, hard getroffen door de coronacrisis, vangen opnieuw de klappen op van een falend arbeidsmarktbeleid. Maak daarom werk van publiekrechtelijke handhaving van schijnzelfstandigheid, en begin daarbij gerust met de culturele en creatieve sector als pilot, ook opdrachtgevers en werkgevers in de sector staan hier voor open. En voorkom een verdere armoedeval van kwetsbare zzp’ers met ongerichte bezuinigingen op de zelfstandigenaftrek.

 

Dit stuk verscheen oorspronkelijk op Zipconomy.nl

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Volg ons