Het principeakkoord werd – vanwege de afgesproken loonsverhoging met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 en met het oog op de huidige inflatie – met een licht positief advies voorgelegd aan Kunstenbondleden. De negatieve uitslag van de stemming is echter geen verrassing.  

“Veel musici en technici hebben een deeltijd dienstverband, terwijl van hen wordt verwacht dat ze op korte termijn flexibel inzetbaar zijn. Dat geeft hen onvoldoende gelegenheid om elders bij te verdienen.” zegt Karin Boelhouwer, belangenbehartiger Orkesten van de Kunstenbond. “Het gebrek aan financiële middelen is een groot probleem voor alle orkesten. Ook de orkesten geven aan iedereen het liefst in fulltime dienst nemen, maar daarvoor hebben ze de middelen niet.”  

Werkgevers en vakbonden in de sector roepen OCW op om meer geld beschikbaar te maken voor de lonen van orkestleden en andere cultuurwerkers, maar of dat verzoek gehoor krijgt valt nog te bezien.  

“Op dit moment wordt het probleem afgewenteld op de mensen die het werk doen en de artistieke prestatie leveren. Dat moet stoppen”, aldus Boelhouwer. Een mogelijke oplossing zit hem in de termijn waarbinnen musici kunnen worden ingeroosterd. Als de roosters geruime tijd van tevoren gemaakt worden, zijn andere bijverdiensten immers mogelijk. De werkgevers hebben tot op heden geen gehoor gegeven aan deze wens.  

De cao Remplaçanten loopt hiermee ook vertraging op, omdat deze is gekoppeld aan de cao Orkesten. Dat betekent dat remplaçanten nog even moeten wachten tot zij een loonsverhoging krijgen.  

De Kunstenbond gaat opnieuw in gesprek met de werkgevers. Een nieuwe cao, inclusief fatsoenlijke loonsverhoging moet zo snel mogelijk in werking treden. Karin Boelhouwer: “deze tegenstem betekent een sterk signaal in de onderhandelingen”. We houden je op de hoogte. 

Word ook lid van de Kunstenbond!

  • Samen staan we sterk
  • We behartigen jouw belangen
  • We zorgen voor een goede cao
  • We bieden je rechtsbijstand
  • Antwoord op al je vragen