Kunst en cultuur: niks erbij. Media: 100 miljoen eraf
“Aan de slag”, zegt het coalitieakkoord. Maar niet voor cultuurmakers.
Wie het coalitieakkoord met de veelzeggende titel Aan de slag openslaat en naar de getallen kijkt ziet het volgende: voor kunst en cultuur komt er niets bij, en de publieke omroep levert 100 miljoen euro in. Het gelekte nieuws dat de extra bezuiniging van 50 miljoen van tafel is, verhult dat er nog steeds wordt bezuinigd op de publieke omroep. Min 100 miljoen is de kale uitkomst van de formerende partijen voor cultuur en media. Geen verrassing, wel een klap.
Vergeleken met de verkiezingsprogramma’s laat het regeerakkoord een duidelijke verschuiving zien: D66 maakt haar belofte om 200 miljoen euro extra te investeren niet waar, de VVD ziet af van een bezuiniging van 700 miljoen euro. De bezuiniging van 100 miljoen euro komt overeen met het bedrag dat het CDA wilde besparen op kunst, cultuur en media.
Wie de debatten van de afgelopen weken volgde, hoorde het al aankomen. In het cultuurdebat en het mediadebat van de afgelopen weken werd door D66, CDA en VVD voorgesorteerd op deze uitkomst. Maar wat vooral bleef hangen waren de schaamteloze aanvallen en verdachtmakingen van populistische partijen richting de culturele sector en de publieke omroep. Kunst en media werden neergezet als elitair, overbodig of verdacht, terwijl dit juist pijlers zijn van een vrije, democratische samenleving.
Dat politieke frame is niet onschuldig. Het jaagt polarisatie en maatschappelijke spanningen aan, precies op het moment dat de cultuursector onder druk staat. Ironisch genoeg probeert het ministerie van OCW diezelfde sector ondertussen te ondersteunen bij het omgaan met toenemende maatschappelijke spanningen, en slaat de Raad voor Cultuur alarm over de weerbaarheid van het culturele veld. Dat wringt. Je kunt niet tegelijk waarschuwen voor uitholling en vervolgens de geldkraan dichtdraaien. In de komende regeerperiode staan bovendien herzieningen van de culturele infrastructuur en de publieke omroep op de agenda. Hiervoor zijn ook extra middelen nodig.
Waakzaamheid over artistieke vrijheid blijft noodzakelijk. Net als verzet tegen het uitblijven van investeringen in makers, werknemers en zzp’ers in kunst, cultuur en media — en tegen de bezuinigingen op de publieke omroep. Want wie cultuur en media structureel te weinig financiert, ondermijnt het publieke debat, het vrije woord, de ruimte voor verbeelding en fair pay.
Belangrijk detail: deze plannen zijn nog geen gelopen race. De formerende partijen hebben de oppositie nodig om hun beleid door het parlement te krijgen. Dáár ligt ruimte. Er zit lokaal ook ruimte in de plannen voor sociale cohesie, er komt een Gemeenschapsfonds gevuld met 200 miljoen euro. Onze boodschap aan de politiek is helder: stuur bij. Investeer wél in makers. In fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. In een culturele infrastructuur en publieke media die tegen een stootje kunnen.
Aan de slag? Prima. Maar dan voor iedereen.