“De tijden dat technici alles opofferden zijn voorbij, maar die mentaliteit zit er nog heel erg ingebakken”
Muziek en dans lopen als een rode draad door het leven van geluids- en videotechnicus Niels Mudde. Niet alleen op professioneel vlak, voor zijn werk bij diverse Nederlandse theaters en gezelschappen, maar ook privé als hij plaatjes draait en door de woonkamer danst met zijn vriendin en zoon. Het vinden van de juiste balans tussen werk en privé ziet hij als vader van een jong kind als aandachtspunt. Niet alleen voor zichzelf maar voor de hele sector: “Het mantra ‘Alles voor de kunst’ is enigszins gedateerd.”
Hi Niels, wie ben je en waar kunnen onze leden jou en je werk eventueel van kennen?
“Ik ben Niels Mudde, geluids- en videotechnicus bij onder meer de Stadsschouwburg Amsterdam en de laatste 10 jaar bij het Nederlands Dans Theater. Vanaf volgend seizoen ga ik aan de slag bij Nationale Opera & Ballet. Daarnaast heb ik als sound designer, componist en performer gewerkt voor o.a. William Forsythe & Thom Willems, Marcos Morau en Medhi Walerski. Ook heb ik aan de onderhandeltafel gezeten voor de CAO Toneel & Dans namens de theatertechniek.”
Hoe ben je dit vak ingerold?
“Na kort geschiedenis gestudeerd te hebben, besloot ik op mijn negentiende dat ik een leven in de muziek en audio engineering veel leuker vond. Ik werd toegelaten op de HKU-opleiding Muziekproductie & Performance en had vanaf dat moment de ambitie om onafhankelijk artiest te worden. Hoe dat eruit zou zien wist ik nog niet. Die opleiding heb ik niet afgemaakt; in plaats daarvan ben ik op 22-jarige leeftijd aan de slag gegaan in de Stadsschouwburg Amsterdam.
“Ik had niet gelijk een passie voor theater en ben als twintiger, naast mijn werk, vooral bezig geweest met het organiseren van evenementen voor elektronische muziek. Ook trad ik veel op als artiest/dj in de Nederlandse house-, bass- en techno-scene. Eind twintig raakte ik wat uitgekeken op het nachtleven. Ondertussen had ik de opleiding Audio Engineering aan het SAE Institute afgerond en begon ik bij het Nederlands Dans Theater. Eigenlijk ben ik ooit in het theater begonnen om mijn studieschuld terug te betalen, maar uiteindelijk heb ik een pad bewandeld dat mij terugbracht bij mijn passie.”
Waar put je inspiratie uit?
“Muziek en apparatuur. Ik word heel enthousiast als er opeens een magische klank komt uit een synthesizer die normaliter alleen maar kermisgeluiden gemaakt. Ook moderne dans heeft me enorm geïnspireerd en gevormd in mijn eigen muzikale ontwikkeling. Binnen het theater was moderne dans de kunstvorm die mij het meest aansprak vanwege de abstracte geluiden, mooie beelden en de universele taal van beweging. Via mijn werk bij NDT kwam ik ook weer terug bij mijn passie voor abstracte muziek, sounddesign en performance. Vroeger maakte ik meer straight forward clubmuziek en nu maak ik door dans vaker abstracte structuren en denk ik meer in sferen.”
Hoe staat de culturele sector in Nederland er volgens jou momenteel voor?
“Ik denk dat iedereen zich schrap zet voor 2028, als het nieuwe kunstenplan er is. De verrechtsing van de politiek en maatschappij zal nog meer impact hebben op subsidies en op de levens van werknemers in de culturele en creatieve sector. Uiteindelijk zijn wij als sector afhankelijk van de politiek en de subsidies die hieruit voortkomen. Daarnaast is er oplopende inflatie en zullen werkgevers binnen de sector ook hun bestaande medewerkers in staat moeten stellen om rond te komen. De balans tussen teruglopende subsidies en oplopende kosten is ingewikkeld en hopelijk kan dit spanningsveld aan de onderhandeltafel zo goed mogelijk opgelost worden.”
Wat zie jij momenteel als de grootste uitdagingen in jouw sector en heb je daar zelf ook al mee te maken gehad?
“Het mantra ‘Alles voor de kunst’ is door Covid en de opkomst van diversiteit en inclusie enigszins gedateerd. Er is nog geen goede vervanging voor in de plaats gekomen, maar we kunnen onszelf de vraag stellen ‘Wat is genoeg voor kunst?’ Binnen de theatertechniek moet, vooral op vlakken als werk-privé balans en beleid voor 50+ technici, een duidelijke visie komen die ook in de cao vastgelegd wordt. De tijden dat technici alles opofferden zijn voorbij, maar die mentaliteit zit heel erg ingebakken in onze manier van werken.”