Direct naar inhoud

AI in cultuurhistorisch perspectief – Doodsteek of wake-upcall? 

Gepubliceerd op:

Dit artikel verscheen eerder in Muziekwereld 3 | 2025.

Weinigen zagen de AI-revolutie aankomen. Inmiddels is die een voldongen feit. Er zijn zorgen over de gevolgen, maar kan voortschrijdende mechanisering niet ook een opleving van menselijke creativiteit teweegbrengen? 

Door Erwin Angad-Gaur Illustratie: Robert Swart 

Het zal niemand ontgaan zijn: *AI is here – and it’s here to stay*. De snelheid waarmee artificial intelligence zich ontwikkelt en zich in ons dagelijks leven genesteld heeft, met alle bedreigingen en mogelijke kansen van dien, was nog maar enkele jaren geleden onderwerp voor science fiction. Een literair genre dat misschien belangrijker is dan ooit. Veel van de dilemma’s waar we nu tegenaan lopen werden door sf-auteurs al van alle mogelijke kanten belicht. Kunst kan reflectie bieden, maar ook voorspellen. Een heel andere discipline die ons veel kan leren over de toekomst is de geschiedenis. AI is zoals velen terecht zeggen een wezenlijk andere technologische ontwikkeling dan de uitvinding van geld, de boekdrukkunst of de stoommachine, maar evengoed hebben wij de effecten van technologische revoluties eerder gezien. Met name in de industriële revolutie, die in eerste instantie leidde tot massawerkloosheid, maar daarna tot een periode van welvaart die de wereld niet eerder gezien had. Of dat reden is tot optimisme is uiteraard maar de vraag. Lees er het werk van auteurs als Isaac Asimov, Philip K. Dick en Arthur C. Clarke op na. 

Formulewerk 

Ook voor de cultuur kan de nieuwe technologische werkelijkheid zowel een kans als een bedreiging zijn. Een bedreiging voor de werkgelegenheid zonder meer. Een bedreiging voor het intellectueel eigendom, dat fundamenteel geschonden en uitgekleed dreigt te worden – of al wordt. En meer inhoudelijk: de laatste stap in een proces dat, als wij eerlijk zijn, al vele jaren geleden is ingezet: de mechanisering en uitholling van de cultuur. Muziek werd, mede onder invloed van algoritmes en digitale distributie, korter, minder complex en meer en meer formulewerk: een bijna industriële machine van groepscomposities, waarbij van een menselijke individuele visie in mainstreammuziek zelden nog sprake lijkt te zijn. Het is niet in alle kringen populair om te zeggen, maar los van de werkgelegenheid die erdoor verloren gaat, is het maar de vraag hoeveel wij als samenleving verliezen met de bijna logische volgende stap. Als wij onze mainstreammuziek al jaren hebben aangepast en geoptimaliseerd voor algoritmes, wat verliezen wij er dan op als wij de algoritmes en hun neven en nichten gewoon de muziek zelf laten maken? 

Misschien is er zelfs winst te behalen. Misschien is deze laatste stap, cultureel, niet de doodsteek, maar de wake-upcall die wij nodig hadden. De industriële revolutie kan het voorbeeld geven van hoe en waarom. Een stukje cultuurgeschiedenis daarom, en een blik op de ontwikkeling van de beeldende kunst eind negentiende en begin twintigste eeuw. 

Een nieuwe afslag 

Voor de komst van de stoommachine en de fotografie was de focus van ontwikkeling in de beeldende kunsten een steeds verdere perfectie in het weergeven van de werkelijkheid. Portretschilderijen, stillevens, bijna tastbaar, soms daadwerkelijk gemaakt als illusie van een raam naar de buitenwereld of een blik in een herkenbaar verleden. De kunstenaar kon zijn commentaar in subtiliteiten kwijt, zeker, hij sprak in symbolen, maar was vooral dienstbaar aan opdrachtgevers, vaak religieuze of wereldlijke leiders, en zijn taak was in hoge mate die van hoffotograaf en journalist (het verbeelden van belangrijke gebeurtenissen of verhalen, van het gezicht van de macht of – in bijvoorbeeld de Nederlanden in de zeventiende eeuw – de opkomende burgerij). De industriële revolutie maakte daaraan een bruut einde: de werkelijkheid liet zich beter vangen in een foto dan in welk schilderij ook en het ambacht, met al zijn imperfecties van het menselijk gemaakte, werd vervangen door een nieuwe esthetiek: vazen en tafels, messen en vorken die perfect en identiek waren. Een wonder van consistentie en betrouwbare functionaliteit. 

Het effect op de beeldende kunst zal de meeste lezers bekend zijn: hoewel niet onmiddellijk omarmd door de algemene cultuur ontstond een nieuwe richting, nam de kunst een nieuwe afslag. In verzet tegen, maar ook dankzij de nieuwe technieken. Het werd mogelijk verf in tubes mee naar buiten te nemen en daar urenlang aan een visie op de natuur te werken: niet een spiegel van de werkelijkheid, maar een interpretatie, de kleuren en het gevoel van de kunstenaar zelf. De verfstreken zichtbaar: gemaakt door een mens.  

Wapenwedloop 

Van het impressionisme, het postimpressionisme en het expressionisme tot en met onder meer De Stijl en Piet Mondriaan en het urinoir van Marcel Duchamp, ontwikkelde de kunst zich verder en verder naar abstractie en de visie van de kunstenaar, van de mens. Kunst die er tientallen jaren over deed om door de algemene cultuur omarmd en begrepen te worden, maar dominant werd waar zeooit op zijn eigen wijze revolutionair was: Renoir, Van Gogh en Mondriaan op broodtrommeltjes en borden. Veel van hun tijdgenoten zouden daar verontwaardigd op hebben gereageerd, zoals er ooit gevechten uitbraken in de zaal waar Stravinsky’s *Le sacre du printemps* in première ging. (Want in de muziek ontwikkelde zich in dezelfde periode een parallelle revolutie: Debussy’simpressionistische klankwerelden, Schönbergs expressionisme en het atonale experiment, tot en met de vier minuten en drieëndertig seconden stilte van John Cage. Ook daar gold dat wat eerst als bedreiging of onbegrijpelijk gold, decennia later werd erkend als essentiële stap van groei.) 

Het zou kunnen dat AI, zoals de tubes verf, voor makers een onderdeel van hun palet wordt, maar dat cultureel een gat zal ontstaan: een behoefte aan het echte, het menselijke. Zang zonder autotune, livemuziek, teksten en melodieën met een eigenwijze stem, een bloeiperiode van menselijke creativiteit, die, toegegeven, ten slotte op broodtrommels en in liftmuziek zal worden opgenomen, omdat de industrie het altijd overneemt van de mens, die zich tot nog toe in de geschiedenis altijd opnieuw heeft weten uit te vinden. Een wapenwedloop tussen mens en techniek, die ook positief kan zijn. De komende jaren zullen het leren.

Delen via social media